Mijn man heeft een prachtige tuin. De muren zijn bedekt met wilde wingerds die zich op verschillende plaatsen een weg naar boven banen. De rozen in de plantenbak voor het terras staan volop in bloei en naast het perkje waar de hibiscus enthousiast gedijt, kunnen we de heerlijke geur van lavendel gaan opsnuiven.
Rondwandelen in de tuin voelt altijd een beetje als thuiskomen op een plaats waar je kan genieten van pure aanwezigheid. Een plaats waar alles verbonden is met elkaar, waar samengewerkt wordt om het leven in al zijn vormen ruimte te geven om te groeien en te bloeien, en waar ook ik deel uitmaak van iets dat groter is dan mezelf.
Ik vind het heerlijk om die rust op te zoeken en me onder te dompelen in de zachte bedrijvigheid van de tuin. Om te kijken naar de bijen die onvermoeibaar van bloem naar bloem zoemen en druk in de weer zijn met het verzamelen van nectar, tot mijn blik laatst bleef hangen bij een verdwaalde paardenbloem. Ik wandelde ernaartoe en bekeek hem even van dichtbij.
Onkruid. Het klinkt bijna als een belediging. Alsof het een oordeel is dat we vellen over een plant zodra hij opduikt op een plaats waar wij hem liever niet zien. Op een weide vol paardenbloemen zou hij een prachtige toevoeging geweest zijn, maar in een zorgvuldig aangelegde tuin ziet hij er verloren uit. Alsof hij op de verkeerde plaats is beland.
Onkruid zijn de buitenbeentjes van de natuur. De plantjes die onuitgenodigd opduiken op de meest onverwachte plaatsen en zich niets aantrekken van nauwkeurig aangelegde borders, nette plantenrijen of de plannen die iemand anders voor hen heeft gemaakt. En ergens vind ik het bewonderenswaardig hoe onverstoorbaar ze hun eigen weg blijven gaan. Je trekt ze uit de grond, gooit ze op de composthoop en denkt dat je van ze af bent, maar na een tijdje duikt er gewoon weer een nieuw groen kopje op. Alsof er niets gebeurd is.
De vastberadenheid van deze planten brengt mij op een bepaalde manier in verbinding met de delen in mezelf die zich niet altijd thuis hebben gevoeld in deze wereld. Deze delen kwamen terecht op plekken waar ze niet tot bloei konden komen, omdat de grond waarin ze probeerden te groeien nooit echt voor hen bedoeld leek te zijn. Deze eenzame ervaringen hebben mij geleerd dat wilskracht en doorzettingsvermogen soms noodzakelijk zijn om te overleven.
Nu trek ik, net zoals vele anderen, ook af en toe onkruid uit de grond. Niet omdat ik er per se voldoening uithaal of omdat ik het een leuk werkje vind, maar om de andere bloemen en planten te beschermen tegen overwoekering, zodat ook zij de ruimte krijgen die ze nodig hebben om hun schoonheid te laten zien.
Als ik plantjes uit de grond haal, probeer ik dat zo voorzichtig mogelijk en in alle zachtheid te doen, uit respect en eerbied voor de natuur. Ik vind het prachtig dat het leven zich niet zomaar laat tegenhouden. Daarom kies ik er soms ook voor om bepaalde groene kopjes te laten staan, uit nieuwsgierigheid naar de potentie die erin schuilt en de schoonheid die zich nog moet ontvouwen. Op deze manier word ik steeds opnieuw uitgenodigd om met een open blik naar de wereld te kijken en met aandacht en bewustzijn stil te staan bij alles wat groeit en leeft.
Artikel geschreven door Eefje Duplat

Een reactie posten